Ochtendrondje met de hond. Een tjiftjaf. Gedreun van verkeer op de snelweg. Fietsers. hardloopster. Opkomende zon bij de vijver van Emiclaer. Ik ben geen stadsmens, maar voel me er vandaag thuis.

#033woorden: 033jes uit Amersfoort
Ochtendrondje met de hond. Een tjiftjaf. Gedreun van verkeer op de snelweg. Fietsers. hardloopster. Opkomende zon bij de vijver van Emiclaer. Ik ben geen stadsmens, maar voel me er vandaag thuis.

Muurbloempjes zijn te verlegen om hun schoonheid te openbaren. Gelukkig heeft de bloeiende akelei naast ons huis daar geen last van. Hij straalt in het zonlicht en maakt de wereld nog mooier.

Vragen zijn vaak interessanter dan antwoorden. Om een voorbeeld te geven: wat bedoelt Maona Hatoum met dit kunstwerk? Ik kan je natuurlijk haar antwoord uit de expositiegids geven, maar wat denk je zelf?
Na het bezoeken van haar expositie lees ik in de expositiegids wat Mona Hatoum met haar kunstwerken bedoelt. Ik gebruik graag eerst mijn fantasie voor ik de uitleg van de kunstenaar krijg.

In de supermarkt spreekt een onbekende meneer me aan.
“U lijkt sprekend op mijn vader. Ik wordt er helemaal emotioneel van.”
“Is hij onlangs overleden?”
De meneer knikt. “Ik mis hem zo.”

Toen ik jong was, voelde het of ik in de gaten werd gehouden. Dat iets of iemand voortdurend naar me keek. Nu vraag ik me af of dit slechts een illusie was.

In de Wessel Ilckenstraat laat een vrouw haar haas uit. Op station Schothorst staat een man met een papagaai op zijn schouder. In Amersfoort kijk ik nergens meer gek van op.

Wind geselt op het Hof het kapsel van de bruid. De bruidegom vlucht onder een kapotgeslagen paraplu. De fotograaf staat er verloren bij. Het is een stormachtig begin van hun huwelijk.

“Je bent geweldig,” zei ik tegen het meisje dat op de Hof een tosti bracht. Haar reactie heb ik gejat. Als ik nu een complimentje krijg, antwoord ik: “Vaak gehoord, blijft leuk.”

Er is een stronk aangespoeld. Een sterk stuk hout dat stormen heeft weerstaan en geen ruimte geeft voor fantasieën of verhalen. Het is wat het is. Heeft genoeg aan zichzelf. Stoere stronk.

Een weekendje Texel leverde ook nog het volgende #033je op:
Sneu
De zeehond doet met z’n laatste krachten een wanhopige poging het water te bereiken. Om hem heen sneu volk dat met mobieltjes foto’s maakt van het drama op het strand. Ramptoeristen, bah!

De merel in de voortuin heeft geen aandacht meer voor stukjes appel. Hij verzamelt blaadjes en takjes en fluit ’s avonds hoog in de boom naar het mooiste vrouwtje uit de wijk.

Zondag langs de IJssel gewandeld met drie jeugdvrienden. Herinneringen opgehaald en bijgepraat over het heden. We hadden elkaar lang niet gezien. Soms verdwijnt vriendschap in de tijd, soms weerstaat die de jaren.

Lang leve de schrijvers, de kunstenaars, de dromers, de paradijsvogels, de mensen die hun eigen weg volgen, heel dichtbij of juist heel ver weg. Zij zorgen voor de kleur in ons bestaan.

De klimaatverandering neemt in het Robbeknolerf extreme vormen aan. Na slagregens en overstroming van de straat, hangen er vissen in de boom. Bewoners hebben een haai gezien, maar daarvoor ontbreekt bewijs.

Elke plek heeft z’n eigen geschiedenis, dat fascineert me. Op het voetbalveld van VVZA werd zondag in de 94e minuut het winnende doelpunt gescoord. Het gejuich was in heel Amersfoort te horen.

Sommige schoonheid verveelt nooit. Als ik de hond uitlaat, zie ik vaak een ijsvogeltje. Hij zit op een tak of scheert over het water. Elke keer weer een tropisch gevoel van geluk.

Ooit zwierf ik door Europa. Ik gooide kleren in m’n rugzak, vertrok op goed geluk. Tegenwoordig boek ik vakanties. Ik heb zelfs een koffer op wieltjes gekocht, voorbode van de rollator.

Er zijn veel loopse teefjes in de wijk. Onze hond wordt er knap onrustig van. Hij wil de hele tijd naar buiten. Ik gun hem zijn pleziertje(s), maar vermoeiend is het wel.

Na dagen van regen, weken van storm, maanden van somberheid is het eindelijk droog. In mijn hoofd schijnt de zon. Ik fiets naar ons nieuwe kantoor en verheug me op de lente.

Ik zat met m’n broer bij het ziekbed van m’n moeder, toen het doodstil werd in de kamer. Onhandig controleerden we of ze was overleden. Buiten fietste een groep scholieren luidruchtig voorbij.

Ik loop een rondje door het Schothorsterpark. Achter het Groene Huis staan vier Canadese populieren. een vijfde is twaalf jaar geleden tijdens een storm omgewaaid, maar leeft nog steeds voort. Hij wel.

De merel in de voortuin krijgt kapsones. Hij scharrelt vol ongeduld door de voortuin en schudt geïrriteerd zijn kop, als een restaurantgast die boos wacht tot eindelijk zijn halve appel wordt geserveerd.
Commentaar van Sandra: “Laat die merel dan ook niet zo lang op z’n appel wachten!”

Ons kantoor krijgt een nieuwe naam, meldt de krant. ‘Onder de Linde’ verandert in ‘De deugniet’. Wij zijn voor verandering, zolang we bij het werkoverleg maar gewoon bier met taco’s kunnen blijven bestellen.
Als #DUO033 houden we ons werkoverleg bij voorkeur in een kroeg. Onderstaand #033je gaat ook over ‘Onder de Linde’/’De Deugniet’:
Geboefte
Ons kantoor was vroeger een mandaatshuisje. Het viel onder de kerkelijke macht. Schout en schepenen hadden er niets te zeggen. Geboefte van diverse pluimage zocht er, net als wij, een veilig heenkomen.
En een derde #033je, toen Sandra vertraging had voor ons werkoverleg:
Gelul
“Oud nieuws,” zegt de man als ik de krant pak. Voor hem staat een groot glas bier. zijn net zo bolle compagnon vult aan: “Oud nieuws? Het is gewoon gelul van gisteren.”

Terwijl drie musici vol overgave de compositie van een Russische componist vertolken, herbeleef ik in gedachten een ziekenhuisbezoek. Muziek kan mensen met elkaar verbinden, maar vandaag zijn we helemaal alleen.

“Het wordt lente,” zeg ik enthousiast na een potje padel. “Ik hoorde kieviten en een hommel vloog over de baan.” Helaas maakte een ferme smash alweer een abrupt einde aan zijn lenteachtige bestaan.
Padel is mijn grote hobby. Soms kan het er tijdens een potje padel pittig aan toe gaan:
PadelPoetin
De woorden van mijn partner beuken over de padelbaan. Zijn ogen spuwen vuur. we verliezen de set en PadelPoetin eist een andere medespeler. Dat lijkt me een heel fijn plan!

Ik zit achter mijn laptop, prompt ‘man haast zich naar station’ en slurp koffie. Even later verschijnt het korte verhaal ‘Race tegen de klok’ op het beeldscherm. Schrijven is een luizenbaan geworden.
Een prompt is een opdracht aan ChatGPT. Ik gebruik het hier als werkwoord.
Jij bent als Amsterdammer verdwaald in Amersfoort. Ik ben te vaak verhuisd om nog ergens thuis te zijn. Samen vormen we het #DUO033. Omdat het schrijven van deze schetsjes ons steensterk maakt.
33 is het getal van de vlinder en de kameleon. De vlinder danst over het papier. De kameleon peinst met de pen in de hand. Wij zijn het duo van 33 woorden.
Bij de vijver van Emiclaer zijn pestvogels gesignaleerd! Mensen, haal snel fruit en brood in huis, roep de kinderen naar binnen en sluit de ramen en deuren. Onheil nadert met rasse schreden.
Pestvogels werden vroeger gezien als de voorbode van de pest. Vandaar ook hun naam.
Tijdens mijn fietstochtje door Hoogland-west bezoek ik de begraafplaats bij kerkje Coelhorst. In het paadje met kindergraven zit een nieuw ondiep gat in de grond. Met zwaar gemoed fiets ik verder.

Steunend op een stok schuifelt J. door de straat. Dikke jas, sjaal, handschoenen, hol gezicht. “Ik ben weer op de been.” Hij hoest. Dan een zonnestraal in z’n ogen: “Onkruid vergaat niet.”
“Tijd voor het slotfeest,” zeg je enthousiast na het laatste optreden van het literatuurfestival. Als we KadeCafé binnenkomen, treedt er net een hitsige boyband op. Ik heb je daarna niet meer gezien.
Drie uur ’s nachts. Ik zit op het bankje voor het huis. Om de teunisbloem zwermen nachtvlinders. eentje landt er op mijn hand. Ik voel zijn lijfje trillen. “Ik jou ook,” fluister ik.
Dit schetsje doet me altijd aan mijn vader denken.